Er is iets aan het verschuiven dat je niet kunt negeren, ook al kun je het moeilijk benoemen. De wereld voelt anders dan een paar jaar geleden. Het nieuws blijft niet meer op afstand, maar komt dichterbij, tot in gesprekken aan tafel en beslissingen op het werk. Wat ooit vast en betrouwbaar leek, is dat niet meer vanzelf. Het is alsof we met z’n allen over een brug lopen die we al jaren kennen, en terwijl we erop staan begint hij te bewegen. Achter ons brokkelt hij af, maar aan de overkant is nog geen vaste grond te zien. Teruggaan kan niet. Vooruit is nog onduidelijk. En toch staan we hier.
Je ziet het overal. Op het wereldtoneel beweegt Donald Trump zich niet voorzichtig of verbindend, maar ruw en ontregelend door bestaande verhoudingen. Niet omdat hij iets nieuws bouwt, maar omdat hij zichtbaar maakt hoe zwak het oude al was. Afspraken blijken tijdelijk, veiligheid blijkt voorwaardelijk. Wat jarenlang vast leek te staan, kan ineens verschuiven. Binnen de Europese Unie groeit het besef dat leunen niet meer werkt en dat ieder opnieuw moet bepalen waar hij voor staat. Zelfs de NAVO, jarenlang een anker van zekerheid, voelt minder vanzelfsprekend dan voorheen. Dit zijn geen losse gebeurtenissen, dit is één beweging, en die stopt niet bij landen of organisaties.
Dit zijn geen losse gebeurtenissen, dit is één beweging, en die stopt niet bij landen of organisaties.
Diezelfde beweging loopt door in mensen. Veel mensen merken dat hun oude manier van werken nog wel doorgaat, maar steeds meer energie kost. Besluiten voelen zwaarder. Wat vroeger logisch was, schuurt nu. Tegelijk is er nog niets nieuws om op te staan. Dat maakt onrustig. Je voelt dat er iets moet veranderen, maar niet wat, en zeker niet hoe. Dat is geen zwakte en geen persoonlijk falen. We denderen als mensheid een overgang in die sneller gaat dan onze systemen, onze zekerheden en onze woorden kunnen bijhouden. Wat verandert, wordt vaak eerst in het lichaam gevoeld voordat het in het hoofd landt. Spanning, vermoeidheid en onrust zijn daar geen teken van onvermogen, maar van een systeem dat te lang op oude druk is blijven draaien.
Dit verhaal schrijf ik omdat juist dit moment zo vaak verkeerd wordt gelezen. Niet de crisis zelf, want daar weten we meestal nog wel op te reageren. En ook niet het afbreken van het oude, want dat is zichtbaar en soms zelfs opluchtend. Het gaat om wat daarna komt. Het moment waarop de brug achter je afbrokkelt, terwijl er nog geen nieuwe oever is. Precies daar willen we haast maken. Doorlopen. Regelen. Beslissen. We willen zo snel mogelijk weer vaste grond onder onze voeten. Maar juist daar gaat het mis, omdat wat hier nodig is zich niet laat afdwingen.
Het moment waarop de brug achter je afbrokkelt, terwijl er nog geen nieuwe oever is.
Dit is geen totale instorting, maar ook nog geen nieuwe orde. Het is een tussenfase waarin iets nieuws voorzichtig wil ontstaan, terwijl het nog kwetsbaar is. Wie hier duwt, breekt. Wie hier versnelt, raakt uit balans. En precies hier lopen leiders vast, niet omdat ze het niet kunnen, maar omdat hun oude gereedschap hier niet meer werkt. Doorpakken, controleren en structuur aanbrengen waren ooit goede kwaliteiten, maar op dit punt drukken ze plat wat nog moet groeien. Dat is ook het moment waarop je zinnen hoort als: “we moeten realistisch blijven” of “is dit wel goed onderbouwd?”. Het klinkt verstandig, maar vaak is het een manier om niet te hoeven voelen hoe onzeker dit moment is. Het is taal die rust moet geven, maar in feite beweging tegenhoudt. Wat realistisch wordt genoemd, is vaak vasthouden aan een brug die al kraakt.
Het is taal die rust moet geven, maar in feite beweging tegenhoudt.
Bij leiders die al lang in positie zijn zie je dit het scherpst. Hun manier van werken is stevig geworden, soms te stevig om nog te bewegen. Niet omdat ze slechte intenties hebben, maar omdat loslaten eng is. Status, zekerheid en invloed geven houvast, maar kunnen ook een harnas worden. De beweging komt daarom van een andere plek. Van mensen die nu leiderschap opnemen. Jonge leiders en aankomende managers die voelen dat het oude niet meer klopt, maar ook niet doen alsof ze het nieuwe al weten. Zij zoeken geen stappenplan, maar ruimte. Bedding. Ruimte om niet meteen te hoeven weten, om te vertragen terwijl alles versnelt en om serieus te nemen wat hun lichaam aangeeft. Want juist nu spreekt het lichaam vaak het duidelijkst, met signalen als spanning en moeheid. Niet als probleem, maar als richtingaanwijzer.
Dit is geen leegte. Dit is behoudkracht. Het is de kracht die zegt: wacht, blijf hier even, laat het nieuwe eerst sterk genoeg worden. En soms, terwijl je daar staat op die bewegende brug, begint er iets te dagen. Geen groot plan en geen heldere visie, maar een andere manier van bewegen. Minder gedreven door moeten, meer geleid door wat klopt. Acties die ontstaan in plaats van worden afgedwongen. De nieuwe oever verschijnt niet omdat je hem bedenkt, maar omdat de tijd rijp is. Wie te vroeg springt, valt.
We leven niet in een tijd van snelle antwoorden, maar in een tijd waarin blijven staan al een daad is. Wie herkent waar hij nu is, op die brug tussen oud en nieuw, kan iets wezenlijks voorkomen: het kapotmaken van wat nog moet ontstaan.
Wat dit verhaal je kan geven is geen oplossing, maar iets anders dat nu minstens zo belangrijk is: oriëntatie. Weten waar je bent, zonder te hoeven doen alsof je al verder bent. En soms is dat precies genoeg om, midden in alle beweging, niet meegesleurd te worden maar werkelijk te blijven staan.
In de volgende blog zal ik laten zien hoe dit eruitziet in het dagelijks leven van een leider die het stokje overneemt, terwijl de grond nog beweegt.
Benno Rijpkema
Facilitator van verandering · Executive transformatiegids voor leiders en organisaties

Over Benno Rijpkema
Als je merkt dat het oude niet meer werkt en het nieuwe nog niet staat: dat is precies waar ik werk.
Ik help leiders zien wat er vastzit, loslaten wat niet meer klopt en kiezen voor een manier van leiden die wérkt.
Meer weten over hoe ik leiders en organisaties in beweging breng?
Lees verder over Bezield Leiderschap.
