Over verhalen, identiteit en de kooi die we onszelf bouwen
Vanochtend zag ik een jongetje in een piratenpak.
Hij liep trots door de kamer. Stoer. Zeker. Klaar om de wereld te veroveren. En iedereen om hem heen speelde mee – want we zagen het pakje. We wisten dat hij geen echte piraat was. Hij wist het ook. Maar voor even was hij het volledig. En dat maakte hem blij.
Ik moest denken aan mezelf. Aan hoe ik ochtend na ochtend mijn pak aantrok. De strak glimmende schoenen. De aktetas. En met elke stap naar de auto iets werd wat ik mezelf had wijsgemaakt dat ik was: de succesvolle consultant.
Het pakje. Alleen vergat ik dat ik het droeg.
Ik zag het jaren geleden bij Stichting Veiligheidszorg, waar ik als interim-directeur bestuurder werkte. Onze taak: mensen vanuit de bijstand begeleiden naar werk in handhaving en toezicht. Gewone mensen, vaak onzeker, soms beschadigd door een lange periode aan de kant. En dan kwam het moment dat ze hun uniform aantrokken. En het was alsof er een ander mens voor je stond. Rechter rug. Andere stem. Andere ogen. Het pakje deed iets met hen wat geen training had kunnen doen.
Ik zag mijn vader in zijn laatste levensjaren – hij mocht 96 worden – een man wiens lichaam allang iets anders was dan het verhaal dat hij vertelde. Hij was veearts geweest. Veteraan. Hij had gebouwd en gevochten. Maar dat was lang geleden. Wat overbleef was een oude man die krampachtig vasthield aan wie hij was geweest – omdat loslaten zou betekenen dat hij niemand was.
En toen realiseerde ik me: we doen dit allemaal. Elk van ons. Elke dag.
We hebben verhalen nodig – laat daar geen misverstand over bestaan
Laat ik helder zijn: verhalen zijn niet het probleem. Ze zijn noodzakelijk.
Zonder verhaal kun je niet functioneren in deze wereld. Je hebt een naam nodig, een rol, een context. “Ik ben vader.” “Ik ben Fries.” “Ik werk in de zorg/op de Zuidas/als MKB-er/als docent/als advocaat/enz.” Die verhalen geven richting en identiteit. Ze maken samenwerking mogelijk. Ze verbinden mensen die dezelfde taal spreken, dezelfde werkelijkheid delen. En ze maken het verschil zichtbaar tussen mensen die niet hetzelfde verhaal delen.
Het kind in het piratenpak begrijpt iets wat wij ergens onderweg zijn vergeten: je kiest je verhaal, je leeft het volledig, en je trekt het weer uit als de dag voorbij is.
Wij zijn het uittrekken vergeten.
Op een gegeven moment verschuift er iets. Het verhaal is niet meer iets wat je hebt – het wordt iets wat je bent. En wat je bent, verdedig je. Met alles wat je hebt. En bloedserieus.
De kooi die we onszelf bouwen
De tralies zijn dun. Ze zijn gemaakt van woorden, van herhaalde gedachten, van beelden die anderen van ons hadden en die wij zijn gaan geloven. Ouders die zeiden dat je goed kon rekenen – of juist niet. Een leraar die zei dat je creatief was. Een cultuur die zei dat hard werken deugdzaam is. Een religie die zei dat lijden bij het leven hoort.
Stuk voor stuk verhalen. Stuk voor stuk tralies.
En het paradoxale is dit: hoe langer je in de kooi zit, hoe minder je de tralies ziet. Je ziet alleen nog de binnenruimte. Je noemt die ruimte: ik. Zelfs woorden als karakter worden gebruikt, of ‘zo ben ik nu eenmaal.’
Mijn vader in zijn laatste jaren – dat was geen gebrek aan intelligentie of zelfinzicht. Dat was het mechanisme van identiteit in zijn puurste vorm. Het verhaal was zijn houvast. Zonder het verhaal: verval, leegte, het onbekende. Dus bleef hij het vertellen. Keer op keer. Niet uit ijdelheid. Uit overleven.
Zo diep zitten we erin.
De mode-industrie weet het allang
De mode-industrie begrijpt dit intuïtief – ze verdient er miljarden mee.
Elk seizoen lezen ontwerpers de tijdgeest. Welke energie zit er in de wereld? Wat willen mensen zijn? En dan vertalen ze dat naar kleding. Naar accessoires. Naar een look die zegt: dit ben ik, dit is mijn stam, dit zijn mijn waarden.
Wij kopen het. Wij hangen het om ons heen. En dan denken we dat het wij zijn. Alsof we die piraat zijn. Of de prinses.
Zolang we niet doorhebben dat we een verhaal dragen, kunnen we er niet uitstappen. Maar zodra we het zien – echt zien – ontstaat er iets. Een kleine opening. Een besef dat we ook een ander verhaal hadden kunnen kiezen. Dat we nu nog een ander verhaal kunnen kiezen.
Dat is de vrijheid die er altijd al was.
Je brein vult het verhaal in – ook als het er niet is
Er is een foto die alles zegt wat ik hierboven beschrijf.

Je ziet een afbeelding met turkoois, zwart en wit. En toch ziet je brein rood. Cola-rood. Want je kent cola. Je weet dat cola rood is. Dus vult je brein de kleur in – ook al bestaat hij niet in de foto. Zoom je in, dan verdwijnt het rood. Alleen turkoois, zwart en wit.
Je brein verzon het verhaal. En je geloofde het volledig.
Zo werkt perceptie. Niet als passieve registratie van de werkelijkheid, maar als actieve constructie ervan. Het brein zoekt patronen, vult gaten, maakt af wat ontbreekt. Drie stippen in een driehoeksformatie – en je ziet een driehoek, ook al zijn er alleen maar drie stippen op een witte ondergrond.
Efficiënt. Evolutionair slim. En gevaarlijk als je het niet ziet.
Want hetzelfde mechanisme werkt bij mensen.
Je ziet iemand met een hanekam – en je hebt al een mening. Je ziet iemand met te gladde schoenen, een strak pak en een vettige scheiding – en je weet het wel. Je ziet iemand in een bijstandsuitkering – en je weet wat voor type dat is. Je ziet iemand met een hoofddoek. Iemand met een dure auto. Iemand die alleen in een café zit.
Het brein vult in. Razendsnel. Zonder toestemming. Op basis van het verhaal dat je al had.
Je vangt de ander in jouw verhaal – nog voordat hij één woord heeft gezegd. En dan reageer je niet op de mens. Je reageert op de projectie. Op het verhaal dat jij over hem hebt geschreven.
Je reageert op de projectie. Op het verhaal dat jij over hem hebt geschreven.
Dit is geen zwakte. Dit is hoe het brein werkt. Maar het wordt een probleem op het moment dat je denkt dat jouw ingevulde verhaal de werkelijkheid is.
We botsen op verhalen, niet op mensen
Dit is het inzicht dat alles verandert – en dat tegelijk verklaart waarom de wereld is zoals die is.
Als jij vasthoudt aan je verhaal – en ik aan het mijne – en die verhalen botsen – dan voelt het als een aanval op wie je bent. Niet op wat je denkt. Op wie je bent. En wie jij bent, bescherm je. Dus ga je in de verdediging. Of in de aanval.
Zo worden meningsverschillen oorlogen. Zo worden politieke discussies schuttersputjes. Zo wordt de buurman die anders stemt een vijand.
En wie jij bent, bescherm je. Dus ga je in de verdediging. Of in de aanval.
Kijk naar wat er in Nederland gebeurt. Er worden bommen gegooid door de brievenbus van een partijkantoor. Niet omdat mensen het werkelijk oneens zijn over beleid – maar omdat het verhaal van de ander een bedreiging is geworden voor hun eigen verhaal. En een bedreiging voor je identiteit voelt als een bedreiging voor je bestaan.
Dus reageert het systeem alsof het om overleven gaat. Want dat is precies wat het voelt.
Trump-stemmers en het pijnlijkste moment
Neem Amerika. Neem de mensen die Donald Trump stemden omdat zijn verhaal iets raakte wat echt was: gevoel van achterstelling, van niet gezien worden, van een wereld die veranderde zonder hen mee te nemen. Dat gevoel was niet verzonnen. Dat was echt.
Maar het verhaal dat hij daaromheen bouwde – over wie de vijand was, over wat Amerika groot maakte, over wat waarheid is – dat verhaal begint nu te scheuren. In Amerika groeit het besef dat dit verhaal niet klopt. Of erger: dat het bewust werd geconstrueerd.
En nu staat de Trump-stemmer voor de moeilijkste keuze die een mens kan maken: het verhaal loslaten.
Want dat betekent niet alleen: ik had het fout. Dat betekent: wie ben ik dan? Als dit verhaal niet klopt, wat klopt er dan wel? Als de man die mij begreep mij niet begreep – wie begrijpt mij dan?
Dat is geen politieke crisis. Dat is een identiteitscrisis. En identiteitscrises zijn existentieel. Mensen houden liever vast aan een kloppend verhaal dan aan een kloppende werkelijkheid. Niet omdat ze dom zijn. Maar omdat het alternatief – geen verhaal, geen grond onder je voeten – ondraaglijk voelt.
Mensen houden liever vast aan een kloppend verhaal dan aan een kloppende werkelijkheid.
Bijna ironisch: Amerika is het land van fake it until you make it. Het land dat de droom uitvond als identiteit, dat verhalen verhief tot nationaal principe. En dat heeft nu, in vergrote vorm, precies dat als president gekozen.
Kijk ook naar wat er nu speelt rondom Iran. Het officiële verhaal is nucleaire dreiging, veiligheid, de bescherming van Israël. Een verhaal dat groot genoeg is om mensen mee te nemen, om coalities te smeden, om actie te rechtvaardigen. Maar onder dat verhaal fluistert een ander – over grondstoffen, over geopolitieke invloedssferen, over wie er straks aan tafel zit als de kaarten opnieuw worden geschud. Het is een vermoeden, geen bewezen feit. Maar het is precies de vraag die je moet durven stellen: welk verhaal wordt er verteld, en welk verhaal gaat er schuil achter het verhaal?
Hetzelfde geldt voor Iran zelf. Een regime dat zijn eigen bevolking onderdrukt vanuit een verhaal over heilige plicht, revolutionaire trouw en externe vijanden. En een bevolking die haar eigen verhaal heeft – van vrijheid, van menselijkheid, van een ander Iran dan het officiële. Twee verhalen in één land. Beide zo vast, zo zeker, zo absoluut.
We worden ons wereldwijd bewust van de verhalen. We beginnen ze door te zien. Dat is nieuw. Dat is ook hoopvol.
De relschopper en het jongetje dat gezien wilde worden
Dan de relschopper bij het azc.
Ik praat zijn daden niet goed. Maar ik praat hem niet fout.
Want ergens is er een jongetje dat nooit aandacht kreeg. Dat één keer gezien werd in een groep. Dat méér gezien werd toen hij iets durfde wat anderen niet durfden. En nu gooit hij bakstenen – niet uit haat, maar uit honger. Naar gezien worden. Naar erbij horen. Naar een verhaal dat zegt: ik besta, ik tel mee.
De bakstenen zijn zijn piratenpak. Alleen weet hij niet meer dat hij het draagt.
En de groep bevestigt het verhaal. Elke keer dat hij erbij is. Elke keer dat hij applaus krijgt. Het verhaal wordt groter, steviger, meer zijn identiteit. Tot hij er niet meer buiten kan staan. Tot hij de tralies niet meer ziet. Tot hij de kooi zelf is geworden.
Wanneer je uit het ene verhaal stapt, word je opgesloten in een ander
Er is nog iets wat me bezighoudt. Iets wat laat zien hoe diep dit mechanisme zit.
De directeur van Milieudefensie – een organisatie die jarenlang streed voor een schoner Nederland, tegen vervuiling, tegen de grote industrie – stapt recent over naar Tata Steel. Van de grootste milieuorganisatie naar één van de grootste vervuilers van Nederland.
Hij kiest zijn eigen pad. Hij verlaat het verhaal van Milieudefensie.
En wat gebeurt er? Er wordt direct een nieuw verhaal over hem geschreven: graaier. Verrader. Iemand die het grote geld koos boven zijn principes.
Misschien klopt dat. Misschien niet. Maar wat me opvalt is de snelheid. De zekerheid. Het gemak waarmee we een nieuw verhaal over iemand schrijven op het moment dat hij het bestaande verhaal verlaat.
Want wij kunnen niet verdragen dat iemand geen verhaal heeft. Dat iemand gewoon een mens is die een keuze maakt. We schrijven er altijd één overheen. We sluiten hem in een nieuw verhaal op – ook al heeft hij net zijn kooi verlaten.
Zo werkt het systeem. Van buiten af. Van binnen uit.
De kooi staat open
En toch. En toch.
De tralies zijn bedacht. Door jou. Door de omgeving die je vormde. Door de verhalen die je ooit nodig had om te overleven, te passen, te slagen. Door ouders en leraren en culturen en religies en politici die hun verhaal zo zeker vertelden dat jij het voor de waarheid aannam.
Maar het is een verhaal. Het was altijd een verhaal.
Je hoeft het verhaal van de hardwerkende middenklasse niet aan te nemen. Je hoeft het verhaal van de succesvolle directeur niet aan te nemen. Je hoeft het verhaal van “zo zijn wij nu eenmaal” niet aan te nemen. Je hoeft het verhaal van de activist niet aan te nemen, en ook niet dat van de conformist.
Je bent vrij om elk verhaal te kiezen dat je wilt.
Maar – en dit is cruciaal – die vrijheid begint pas als je ziet dat je in een kooi zit. Zolang je denkt dat de kooi jij bent, ga je nergens naartoe. De deur staat open, maar je ziet hem niet. Je loopt steeds tegen dezelfde tralies aan en denkt: zo is de wereld nu eenmaal.
Het koortje hangt er al uit. Je hoeft alleen maar te zien dat het er is.
Het verhaal van leiderschap
Nergens zijn de verhalen zo hardnekkig als in organisaties.
Leiders opereren vanuit paradigma’s die zo oud zijn dat niemand ze nog paradigma’s noemt. Ze heten: gezond verstand. Realisme. Zo werkt het nu eenmaal.
Het verhaal dat medewerkers niet te vertrouwen zijn – en dus aangestuurd moeten worden. Het verhaal van Darwin: alleen de sterkste is goed genoeg, concurrentie maakt mensen beter. Het verhaal dat ziekteverzuim een medisch probleem is, en niet een symptoom van een systeem dat mensen uitput. Het verhaal dat resultaat maakbaar is als je de juiste knoppen bedient. Het verhaal dat een lastige medewerker een probleem is – en niet een spiegel.
Allemaal verhalen. Allemaal pakjes die ooit zijn aangetrokken – door een vorige generatie leiders, door managementboeken uit de jaren tachtig, door consultants die een model verkochten als waarheid – en die nu zo diep in de organisatiecultuur zijn ingesleten dat ze onzichtbaar zijn geworden.
En de leider die ze draagt, weet niet meer dat hij ze draagt.
Wat als je al die paradigma’s loslaat? Niet vervangt door nieuwe – want dat is gewoon een ander pakje. Maar echt loslaat. Wat blijft er dan over?
Wat ik zie, in de mensen waarmee ik werk: als de verhalen wegvallen, kom je uit bij iets wat er altijd al was. Niet een rol. Niet een functie. Niet een prestatie. Maar de kern van wie je bent. De ziel die leven geeft aan het lijf dat elke ochtend opstaat en een pak aantrekt.
Als de verhalen wegvallen, kom je uit bij iets wat er altijd al was. Niet een rol. Niet een functie. Niet een prestatie. Maar de kern van wie je bent. De ziel die leven geeft aan het lijf dat elke ochtend opstaat en een pak aantrekt.
En dan gebeurt er iets. Er ontstaat bezieling. Niet de bezieling van het verhaal – van de succesvolle consultant, de gedreven activist, de verantwoordelijke directeur. Maar de bezieling die er was voordat je wist hoe je heette. De vonk die maakt dat je je bed uit wílt. Niet omdat het moet. Niet omdat het geld oplevert. Niet omdat iemand anders het van je verwacht. Maar omdat je niet kunt wachten om weer bij te dragen aan de wereld.
Dat is het verschil tussen leven vanuit een verhaal en leven vanuit een bron. Het eerste kost energie. Het tweede geeft het.
Meer over wat er mogelijk wordt als leiders vanuit die bron opereren, lees je in Bezield Leiderschap.
Dáár begint leiderschap dat werkelijk iets beweegt. Niet vanuit het verhaal van wie je moet zijn. Maar vanuit wie je bent als je het verhaal loslaat.
Dat is het werk. En het is het moeilijkste en het meest bevrijdende tegelijk.
Het verhaal dat je zelf vertelt wordt je werkelijkheid
Er is nog een laag. De diepste.
Tot nu toe hadden we het over verhalen die van buiten komen – vanuit cultuur, opvoeding, politiek, organisaties. Verhalen die je aanneemt en vergeet dat je ze draagt. Maar er is een verhaal dat nog dichter bij zit. Eentje die je zelf vertelt. Voortdurend. Innerlijk. Vaak zonder het te weten.
Ik ben niet goed genoeg. Ik moet opletten. De wereld is gevaarlijk. Mensen zijn niet te vertrouwen. Dit gaat fout.
De angstige burger die bang is voor alles – voor vliegtuigen, voor criminaliteit, voor de toekomst – vertelt zichzelf dat verhaal duizenden keren per dag. En het brein doet wat het altijd doet: het zoekt bevestiging. Het filtert de werkelijkheid tot alles wat het verhaal bevestigt zichtbaar wordt, en alles wat het tegenspreekt verdwijnt.
En zo wordt het verhaal werkelijkheid. Niet als metafoor. Als mechanisme.
Wat aandacht krijgt, verschijnt. Dit is geen spirituele troost – het is hoe bewustzijn werkt. De kwantumfysica begint dit te begrijpen. De neurologie ook. Wat je voortdurend denkt, vormt je waarneming. En je waarneming vormt je ervaring. En je ervaring bevestigt je gedachten.
De cirkel is gesloten. De kooi bouwt zichzelf.
Het spannende – en het hoopvolle – is dit: als jij degene bent die het verhaal vertelt, kun jij ook degene zijn die een ander verhaal vertelt. Niet door het oude verhaal weg te drukken of te ontkennen. Maar door te beseffen dat jij niet het verhaal bent. Jij bent degene die het vertelt.
Achter het verhaal zit een bewustzijnsveld. Stil. Ruim. Zonder oordeel. Dat veld is wie je ten diepste bent – niet de rol, niet de angst, niet de overtuiging, niet het pakje. Vanuit dat veld kun je elk verhaal waarnemen zonder erin te verdwijnen. En vanuit dat veld kun je kiezen: welk verhaal wil ik dragen? Welk verhaal geeft leven? Welk verhaal klopt met wie ik werkelijk ben?
In mijn boek De bril werk ik dit verder uit – inclusief de wetenschappelijke basis: hoe je leert zien welke bril je draagt, en wat er gebeurt als je hem afzet.
Dat is geen zweverij. Dat is de meest concrete vrijheid die er bestaat.
Wat bewustzijn verandert
Ik geef geen stappenplan. Dat zou een nieuw verhaal zijn – en dan zijn we weer terug bij af.
Wat ik wel zie: de wereld begint de verhalen te doorzien. Langzaam, met vallen en opstaan, soms met pijn. Maar het bewustzijn groeit. In Amerika. In Iran. In Nederland. Mensen beginnen te zien dat wat hen als waarheid werd gepresenteerd een constructie is. Een pakje dat iemand anders heeft aangetrokken – en dat zij zijn gaan dragen alsof het van henzelf was.
Dat doorzien is het begin van vrijheid. Niet het einde van verhalen – want verhalen blijven nodig. Maar het verschil tussen een verhaal hebben en een verhaal zijn is het verschil tussen vrijheid en gevangenis.
Het kind in het piratenpak weet dat. Het trekt het pakje aan. Het speelt. Het trekt het weer uit.
Begin te kijken. Wanneer je reageert op iemand anders – vol irritatie, vol weerstand, vol oordeel – vraag je dan af: welk verhaal van mij voelt zich bedreigd?
Want achter elke botsing zit een verhaal dat zichzelf probeert te beschermen.
En achter elk verhaal zit een mens. Gewoon een mens. Die ooit een pakje heeft aangetrokken en vergeten is het uit te trekken.
Net als jij. Net als ik.
Benno Rijpkema
Klankbord voor bestuurders, leiders en directies · Bezielde transformatie in leiderschap en organisatie

Benno Rijpkema is klankbord en executive sparringpartner voor leiders. Hij werkt op het snijvlak van bewustzijn, systeem-fenomenologie en bezield leiderschap vanuit Heerenveen. Zijn werk richt zich op de onderstroom in organisaties – wat er onder de oppervlakte beweegt, en wat er nodig is om van daaruit werkelijk te leiden. Meer op bennorijpkema.nl
Meer lezen over mijn manier van werken? Lees verder over Bezield Leiderschap of download gratis mijn nieuwste boek De bril.
Dit artikel is geschreven door Benno Rijpkema, executive sparringpartner en klankbord voor leiders die de verhalen willen doorzien die hun functioneren bepalen. Hij is auteur van Bezield Leiderschap, de MENS-boekenreeks en De bril, waarin hij de mechanismen achter onze collectieve verhalen en de wetenschappelijke basis van bewustzijn uitwerkt.
Benno werkt op het snijvlak van bewustzijn, systemiek en biologie. Zijn vertrekpunt sluit direct aan op wat dit artikel beschrijft: de werkelijkheid zoals we die kennen is gebouwd op geconstrueerde verhalen die onze eigen waarneming bepalen – en delegitimeren. Hij begeleidt leiders om door deze verhalen heen te kijken en terug te keren naar hun eigen autoriteit. Niet vanuit een theoretisch model, maar vanuit de wetenschappelijke realiteit dat bewustzijn de grond is waaruit onze werkelijkheid functioneert.
In zijn werk als sparringpartner gebruikt hij instrumenten als PSYCH-K®, de Urim-Code stoel en systemisch werk om op verschillende lagen de onderstroom in organisaties en individuen weer te laten stromen.
Het boek De bril is gratis te downloaden via bennorijpkema.nl/de-bril
Meer op bennorijpkema.nl
