Ja, en?

Alles is een verhaal.
Werkelijk alles.

Dat besef kwam vanochtend ineens heel helder binnen.

Ik hield mijn telefoon vast en dacht: zelfs dit is een verhaal. Natuurlijk ligt er iets in mijn hand. Maar dat wij dit ding een telefoon noemen, wat het voor ons betekent, wat we ermee doen en welke waarde we eraan geven: verhaal.

Ik ben een man. Verhaal.
Ik ben ondernemer. Verhaal.
Ik moet geld verdienen. Verhaal.
Geld is moeilijk. Verhaal.
Generatie Z. Verhaal.
Leiderschap. Verhaal.
Succes. Verhaal.
Mislukken. Verhaal.

Het klinkt bijna absurd als je er zo naar kijkt. En tegelijkertijd merkte ik hoeveel ruimte er ontstond.

Want als iets een verhaal is, hoeft het niet ineens onzin te zijn. Maar het is ook niet meer automatisch de werkelijkheid. En daar zit voor mij de bevrijding.

We leven in verhalen

Niet alleen individueel. Hele samenlevingen bestaan uit verhalen die we samen zijn gaan vertellen en geloven.

In Nederland kennen we het calvinistische verhaal. Het verhaal van de VOC-mentaliteit. Het christelijke verhaal. Het katholieke verhaal. Verhalen over immigratie. Verhalen over links en rechts. Over wie erbij hoort en wie niet. Over wat goed burgerschap is. Over wat normaal is.

Ook onze economie rust op verhalen.
Groei is goed. Stilstand is achteruitgang. Meer productiviteit is vooruitgang. Een organisatie moet groeien. Hard werken wordt beloond. Een goede leider moet sterk zijn. Mensen moeten gemotiveerd worden.

Allemaal verhalen. Sommige van die verhalen zijn ongelooflijk behulpzaam geweest.

Verhalen geven betekenis. Ze maken samenwerking mogelijk. Ze helpen ons afspraken maken. Ze zorgen ervoor dat we niet iedere ochtend opnieuw hoeven vast te stellen wat geld, een stoplicht, een arbeidsovereenkomst of een telefoon is.

Het aardse bestaan heeft verhalen nodig. Het wordt alleen interessant wanneer we vergeten dát het verhalen zijn. Dan verandert een verhaal ongemerkt in een feit.

“Zo werkt de wereld nu eenmaal.”
“Dat kan niet anders.”
“Onze mensen willen dat niet.”
“De markt dwingt ons.”
“Zo doen wij dat hier.”

En precies daar verschijnt een van mijn favoriete vragen. Ja, en?

Vier letters.
Meer niet.

“Onze omzet moet ieder jaar groeien.” Ja, en?
“Jongeren willen niet meer werken.” Ja, en?
“Als ik dit niet doe, verdien ik onvoldoende.” Ja, en?
“Een goede leider moet altijd weten waar hij naartoe wil.” Ja, en?

Niet cynisch. Niet om iets belachelijk te maken. Maar om het verhaal heel even los te maken van de werkelijkheid. Want zodra dat gebeurt, ontstaat ruimte.

Is dit werkelijk waar?
Of hebben we dit zo vaak tegen elkaar gezegd dat niemand de vraag meer stelt?
Wie heeft dit verhaal eigenlijk bedacht?
Wanneer zijn we het gaan geloven?
Heeft het ons ooit geholpen?
Helpt het ons nog steeds?

En misschien wel de spannendste vraag:
Wat zou ik zien als ik dit verhaal even niet geloofde?

En dan de wetenschap

Er is nog een verhaal dat in onze samenleving een bijzondere positie heeft gekregen: de wetenschap. Dat is een interessante, want wetenschap behandelen we vaak juist als iets anders dan een verhaal. Wanneer iets “wetenschappelijk bewezen” is, krijgt het bijna automatisch meer gezag. Alsof daarmee de werkelijkheid zelf gesproken heeft.

Maar wetenschap werkt ook met verhalen.
Met modellen.
Met theorieën.

Met begrippen die mensen hebben bedacht om te beschrijven wat we waarnemen.
Een atoom is een model.
Een diagnose is een model.
Een economisch model is een model.
Een theorie over gedrag is een model.

Ook begrippen als intelligentie, persoonlijkheid, motivatie en bewustzijn krijgen betekenis binnen een bepaalde manier van kijken naar de werkelijkheid.

Dat maakt wetenschap niet waardeloos. Integendeel. Wetenschap is juist een buitengewoon krachtige manier om onze verhalen voortdurend aan de werkelijkheid te toetsen.

We nemen iets waar.
We bedenken een mogelijke verklaring.
We onderzoeken die verklaring.
We vinden nieuwe informatie.
En soms moeten we onze verklaring aanpassen.
Of helemaal loslaten.

Dat vind ik misschien wel een van de mooiste eigenschappen van wetenschap. Ze hoort in essentie te kunnen zeggen:

We dachten dat het zo zat, maar we moeten opnieuw kijken.

Alleen gebeurt er iets merkwaardigs wanneer een wetenschappelijk model buiten het onderzoek terechtkomt. Dan verandert: “Dit is op dit moment onze beste verklaring” heel gemakkelijk in: “Zo ís het.”

En daar gebeurt precies hetzelfde als bij ieder ander verhaal. De kaart wordt het landschap. “Daar is geen wetenschappelijk bewijs voor.” Ja, en?

Ook die vraag is niet bedoeld als sneer naar wetenschap. Juist niet. Ik zou veel preciezer willen weten wat er eigenlijk wordt gezegd.

Is iets onderzocht en niet gevonden?
Is het nauwelijks onderzocht?
Weten we nog niet hoe we het moeten meten?
Spreken onderzoeken elkaar tegen?
Past het niet binnen onze huidige theorie?
Of is er daadwerkelijk goede reden om aan te nemen dat het niet klopt?

Dat zijn totaal verschillende dingen. Maar in gewone gesprekken verdwijnen die verschillen gemakkelijk achter één zin: “De wetenschap zegt het.” Terwijl wetenschap volgens mij juist begint waar de zekerheid ophoudt.

Met nieuwsgierigheid.
Wat zien we werkelijk?
Wat weten we?
Wat denken we te weten?
Wat nemen we aan?
En waar hebben we nog geen idee van?

Zodra een model niet langer helpt om beter te kijken, maar bepaalt wat we nog bereid zijn te zien, zijn we opnieuw in ons eigen verhaal terechtgekomen.

Geloof mij vooral niet

Ik zeg tijdens lezingen regelmatig:

“Geloof niets van wat ik zeg. Ga het zelf ervaren.

Die uitspraak krijgt voor mij door dit inzicht opnieuw betekenis. Vroeger bedoelde ik ermee: neem mijn woorden niet zomaar aan. Probeer het zelf en kijk of het voor jou werkt. Nu hoor ik er nog iets anders in. Verwar mijn woorden niet met de werkelijkheid.

Mijn woorden zijn ook verhalen. Ik kan je vertellen over leiderschap, organisaties, bewustzijn, ademhaling of systemisch werk. Ik kan er een boek over schrijven (heb er inmiddels een paar geschreven 😉). Een model van maken. Een prachtige presentatie geven. Maar geen enkel woord is de ervaring zelf. Je kunt honderd boeken over zwemmen lezen. Uiteindelijk moet je het water in. En pas wanneer je zelf ervaart, ontstaat er iets anders.

Misschien merk je: hier heb ik helemaal niets mee. Prima.
Misschien merk je: hé, dit doet iets. Dan kun je ermee gaan spelen.
Maar zelfs daar zit weer een valkuil. Want zodra iets gisteren werkte, kunnen we vandaag alweer een verhaal maken: “Dit werkt.” En voor we het weten maken we van een levende ervaring een nieuwe waarheid.

Misschien vraagt het leven daarom niet dat we zonder verhalen gaan leven. Dat lijkt me praktisch ook tamelijk lastig. Misschien vraagt het dat we verhalen leren gebruiken zonder erin opgesloten te raken.

Dat we beseffen:

Dit is een kaart. Niet het landschap.

Dan kan ik nog steeds zeggen dat ik een man ben.
Dat ik ondernemer ben.
Dat iemand directeur is.
Dat iemand bij Generatie Z hoort.
Dat geld handig is om een rekening mee te betalen.
En dat een wetenschappelijk model ons iets waardevols kan vertellen.

Maar ergens daaronder weet ik: dit is niet de volledige werkelijkheid. Het is een manier waarop wij haar ordenen. En juist dat besef maakt mij vrijer. Want als een verhaal een verhaal is, kan ik het ook bevragen.

Misschien aanpassen.
Misschien loslaten.
Misschien vervangen.
Of gewoon gebruiken zolang het dient.

Ook mijn eigen verhaal

En dan wordt het echt interessant. Want ook het verhaal dat ik over mezelf vertel, valt daaronder. Ik noem mezelf bijvoorbeeld klankbord voor leiders. Dat is op dit moment een heel bruikbaar verhaal. Het helpt anderen begrijpen waarvoor ze bij mij terechtkunnen. Het geeft taal aan een vorm waarin een aantal van mijn talenten momenteel hun weg vinden in de wereld.

Maar ook dat ben ik niet. Het is een naam, een vorm. Een aards verhaal waarmee andere mensen kunnen begrijpen wat ik ongeveer doe. Morgen kan die vorm dezelfde zijn. Over tien jaar misschien ook. En misschien brengt het leven iets heel anders. Mijn talenten verdwijnen daarmee niet.

Ik weet dat ik goed kan luisteren. Dat ik scherp kan waarnemen. Dat ik kan spiegelen. Dat ik iets zie in leiders, mensen en organisaties wat niet altijd meteen zichtbaar is. Dat ik woorden kan geven aan wat nog onder de oppervlakte zit. Maar waarom zou ik nu al moeten vastleggen in welke vorm die talenten zich de rest van mijn leven moeten uitdrukken?

Zodra ik ook dát verhaal niet meer hoef vast te houden, ontstaat er een vrijheid die ik moeilijk kan beschrijven. Ik hoef niet te weten welke vorm mijn leven aanneemt. Ik kan aanwezig zijn, mijn talenten beschikbaar houden en kijken wat het leven ermee doet.

Als het klankbord is, dan is het klankbord.
Als het iets anders is, dan is het iets anders.

De buitenwereld heeft een verhaal nodig om mij te kunnen vinden. Ik hoef dat verhaal niet te worden.

En organisaties dan?

Wat voor mij persoonlijk geldt, geldt natuurlijk ook voor organisaties. Organisaties bestaan voor een groot deel uit collectieve verhalen.

“Onze mensen nemen geen verantwoordelijkheid.”
“Veranderen is moeilijk.”
“We moeten meer grip krijgen.”
“Zonder targets gebeurt er niets.”
“De klant wil dit.”
“Wij zijn nu eenmaal een nuchter bedrijf.”
“Dit is onze cultuur.”
“De markt laat ons geen keuze.”

Zolang niemand die verhalen bevraagt, blijft iedereen zich gedragen alsof ze waar zijn. En het bijzondere is: het verhaal gaat vervolgens vaak precies de werkelijkheid produceren die het beschrijft.

Een leider die gelooft dat mensen geen verantwoordelijkheid nemen, gaat meer controleren. Mensen krijgen minder ruimte. Ze nemen minder verantwoordelijkheid. En vervolgens zegt de leider: “Zie je wel.” Het verhaal heeft zichzelf bewezen. Terwijl niemand meer vraagt waar het begon.

Daarom denk ik dat echte verandering vaak veel eerder begint dan bij een reorganisatie, een cultuurprogramma of een nieuw leiderschapsmodel. Misschien begint ze bij één simpele vraag: Welk verhaal behandelen wij hier als werkelijkheid? En daarna: Ja, en?

Niet om alles onderuit te halen. Maar om de vanzelfsprekendheid eruit te halen. Zodat we opnieuw kunnen kijken. Wat gebeurt hier werkelijk? Wat nemen we waar? Wat voegen wij er zelf aan toe? Wat zou er mogelijk worden als we ons oude verhaal even niet nodig hadden?

Daar kan iets nieuws ontstaan. Niet omdat iemand een beter verhaal heeft opgelegd. Maar omdat er weer ruimte is om te zien.

Misschien is dát vrijheid

Ik schrijf dit minstens zo veel voor mezelf als voor jou. Als herinnering. Voor de volgende keer dat ik mezelf bloedserieus neem. Voor de volgende keer dat iets “moet”. Voor de volgende keer dat iemand zegt: “zo is het nu eenmaal.” Voor de volgende keer dat ik denk te weten hoe de werkelijkheid in elkaar zit.

Om dan ook mijn eigen verhaal even op tafel te leggen. Het verhaal over wie ik ben. Over wat ik doe. Over wat ik zou moeten worden. Over waar mijn leven naartoe zou moeten gaan. 

Misschien klopt dat verhaal vandaag prima. Misschien helpt het mij. Misschien helpt het anderen om mij te begrijpen. Maar het blijft een verhaal.

Misschien is dát uiteindelijk vrijheid.
Niet leven zonder verhalen.
Maar weten dat zelfs mijn mooiste verhaal niet is wie ik ben.

Ik kan het gebruiken zolang het dient. En loslaten zodra het te klein wordt. En misschien kun jij daar vandaag ook iets mee. Neem eens één zin die jij regelmatig tegen jezelf of anderen zegt.

Bijvoorbeeld: “Ik heb geen tijd.”

Stop daar eens. Is dat werkelijk wat er is? Of is het een verhaal dat je bent gaan vertellen omdat je agenda vol staat en alles belangrijk voelt?

Ja, en?

Misschien ontdek je dat je niet te weinig tijd hebt, maar te veel dingen belangrijk hebt gemaakt.

Of neem: “Mijn mensen nemen geen verantwoordelijkheid.”

Is dat werkelijk een feit? Of is het een verhaal waarmee je inmiddels kijkt naar alles wat je medewerkers doen? En wat doet dat verhaal vervolgens met jouw eigen leiderschap?

Je hoeft het verhaal niet onmiddellijk te vervangen door een beter verhaal. Laat het alleen even los. Kijk. Wat neem je werkelijk waar? Wat blijft er over als je de verklaring er even afhaalt? Misschien niets. Misschien ongemak. Misschien ruimte. Misschien zie je ineens iets wat je daarvoor niet kon zien.

En dan zijn daar weer die vier letters: Ja, en?


Benno Rijpkema - grondlegger van Bezield Leiderschap

Benno Rijpkema
Klankbord voor leiders | Facilitator van transformatie

Plan een telefoongesprek of stuur me een e-mail als je van gedachten wilt wisselen over wat deze blog bij jou of in jouw organisatie zichtbaar maakt. Bekijk mijn boeken als je meer wilt lezen over leiderschap, transformatie en de beweging onder organisatievraagstukken.

Meer lezen?

  • Generatie Z

Wat als Gen Z ons niet uitdaagt, maar ‘voorwaarschuwt’?

Veel leiders spreken over Gen Z in termen van loyaliteit, werkethiek en verwachtingen. Misschien...
  • Leiderschap

Wanneer mensen wakker worden, kunnen organisaties niet blijven slapen

Misschien herken je het. Een goede medewerker die vertrekt. Niet omdat hij ergens anders...

  • Leiderschap

Verandermoeheid ontstaat niet door te veel verandering

Het bestaansrecht van dit artikel is dat leiders gaan zien dat verandermoeheid niet altijd...

Bezield Leiderschap

Omdat onze tijd vraagt om méér dan managen
In een tijd van versnelling, digitalisering en toenemende complexiteit is leiderschap niet langer alleen een kwestie van sturen en controleren. De wereld vraagt om leiders die bewust zijn. Die durven te vertragen, te luisteren en te handelen vanuit hun essentie.

Bezield Leiderschap biedt een kompas voor die nieuwe manier van leiden. Het nodigt je uit om niet harder te werken, maar dieper te zien, naar jezelf, je team en de onderstroom in je organisatie. Leiderschap wordt zo geen rol, maar een uitdrukking van wie je bent.

Zoals Frederic Laloux schrijft: “Een organisatie groeit slechts tot het niveau van haar leiders.” Vanuit dat inzicht laat Bezield Leiderschap zien hoe persoonlijke bewustwording en collectieve transformatie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Wat je als leider niet aankijkt, komt via je organisatie terug. Wat je belichaamt, werkt door in alles wat je leidt.

Met herkenbare praktijkvoorbeelden, reflectieve vragen en inzichten uit systemisch werk, kwantumbewustzijn en verandermanagement, laat dit boek zien hoe je beweging brengt zonder te forceren. Hoe je invloed uitoefent zonder te duwen. En hoe je koers houdt in tijden van onzekerheid.

Bezield Leiderschap is geschreven voor leiders die voelen dat het oude niet meer werkt, en die klaar zijn om te leiden vanuit rust, helderheid en vertrouwen. “Echte verandering begint niet met beter managen, maar met herinneren wie je bent.”

Bestel nu het boek en ontdek wat bezield leiderschap voor jou kan betekenen.

Sturen zonder Sturen

Over moeiteloos leiderschap en invloed zonder forceren
In een tijd waarin alles sneller lijkt te moeten, nodigt Sturen zonder Sturen uit om het tegenovergestelde te doen: te vertragen. Leiderschap gaat niet over harder werken of meer controle, maar over helderheid, vertrouwen en afstemming.

Sturen zonder Sturen laat zien hoe je als leider richting kunt geven zonder te duwen, en invloed kunt uitoefenen zonder strijd. Door stil te staan bij wat werkelijk speelt, ontstaat natuurlijke beweging; in jezelf, je team en je organisatie.

Zoals Lao Tzu schreef: “De beste leider is degene wiens aanwezigheid nauwelijks wordt gevoeld. Wanneer zijn werk is gedaan, zeggen mensen: we hebben het zelf gedaan.” Dat is de essentie van moeiteloos leiderschap.

Met korte inzichten, herkenbare voorbeelden en praktische principes helpt dit boekje je om los te laten wat niet meer werkt, en te vertrouwen op wat vanzelf wil ontstaan.

Een heldere gids voor leiders die de kunst van het niet-forceren willen leren. Leiders die weten: de grootste kracht ligt in aanwezigheid, niet in controle.